Heimwee als kompas
22 juli 2022
Insjallah
19 augustus 2022

gedachten bij de week door ds. Wim Vermeulen

In de preek van afgelopen zondagmorgen speelde het boek ‘Stilte’ van Shusako Endo een rol, dat speelt in een tijd waarin het christelijk geloof in Japan ten strengste verboden was en christenen (gruwelijk) vervolgd werden. Hoe is dat eigenlijk verder gegaan, vroeg ik me af. En hoe is het nu? Deze week stuitte ik op een artikel dat Eline de Boo schreef in 2017 in het blad Tussenruimte. Samen met haar man Geert was ze tussen 2003 en 2013 uitgezonden voor de GZB naar… Japan.

In 1853 opent Japan voorzichtig zijn grenzen voor internationale handel. Opnieuw zien zendelingen kansen en een van de eerste protestantse zendelingen die in 1859 in de Japanse stad Nagasaki aan wal stapt, in een tijd waarin christenen nog altijd vervolgd worden, is de Nederlander Guido Verbeek. Opgegroeid in Zeist, wordt hij vanuit de Amerikaanse Reformed Church als ‘tentenmaker’ naar Japan uitgezonden. Hij leert er de taal en gaat les geven.

De Japanse autoriteiten zijn onder de indruk en geven hem een rol bij het opstellen van de nieuwe grondwet als keizer Meiji in 1868 aan de macht komt. Japan maakt een inhaalslag na 250 jaar isolatie en mede door Verbeeks invloed komt er in 1871 godsdienstvrijheid. In 1879 begint hij in het openbaar te preken, werkt mee aan een vertaling van de Bijbel in het Japans en wordt uitgenodigd een universiteit in Tokio te stichten.

Na dit keerpunt duiken zo’n 30.000 ondergrondse Japanse christenen op. Ze noemen zich nog steeds ‘kakure kirishitan’, ‘verborgen christenen’ en hun geloof vertoont veel syncretistische trekken. Zo vereren zij boven Christus Maria in de gestalte van een boeddhistische godin en komt voorouderverering van christenmartelaren bij typisch Japanse huisaltaren veel voor.

Ondanks de toestroom van zendelingen van elke denkbare denominatie groeit het aantal christenen maar mondjesmaat in Japan. Wel, zoals het voorbeeld van Verbeek illustreert, heeft het christendom grote invloed op het onderwijs, zorg en de economie. Tot op de dag van vandaag zijn de meest gerespecteerde scholen, universiteiten en ziekenhuizen zogenaamde ‘mission’-instituten. Ook in de filosofie en literatuur zijn veel christelijke thema’s te herkennen. Kerst vieren met de kerstman en slagroomtaart zijn hip, net als westerse bruiloften met een dominee die het huwelijk inzegent.

Het christendom wordt om deze redenen door de meeste Japanners als iets ‘goeds’ gezien. Toch blijft er, waar het om persoonlijk geloof of bekering gaat, groot wantrouwen bestaan dat te herleiden is tot de botsing tussen Japan en het christendom bij de eerste kennismaking vier tot vijf eeuwen geleden. Het christendom blijft iets buitenlands, iets vreemds. Het heeft Japan in het verleden bijna imperialistische overheersing door vreemde machten en vuurwapens gebracht, zo is nog steeds de gedachte. De Tweede Wereldoorlog die Amerika beëindigde door gruwelijke bommen te gooien en de goddelijke keizer op de knieën te dwingen, bevestigt dat beeld.

Het christendom eist exclusiviteit in een land dat niet anders kent dan een traditie van polytheïsme. De voormalige staatsgodsdienst Shinto (die overigens sterk aan populariteit wint, niet in het minst door steun van de huidige [inmiddels voormalige, WV] minister-president Abe) kent tachtig miljoen goden en ook de Japanse variant van het boeddhisme staat bol van bovennatuurlijke figuren en krachten. Het christendom van de zestiende en zeventiende eeuw maakte hun oude heiligdommen, symbolen van hun natie, met de grond gelijk.

Ook met christelijke concepten als zonde en genade kan de Japanse taal moeilijk uit de voeten. Voeg hier nog de groepscultuur waarbij ‘elke spijker die uitsteekt ingehamerd moet worden’ aan toe en bekering staat gelijk aan verraad aan de Japanse identiteit.

Ondanks de soms dubieuze rol die westerse christenen in het verleden in Japan ook gespeeld hebben, blijft de kerk in Japan bestaan en zien we in de grote steden bemoedigende tekenen van kleine groei. Vaak juist dankzij de steun van de wereldwijde kerk. Ze proberen met de nederige maar moedige Japanse christenen de stilte die Endo beschrijft te doorbreken.