Bidden om mensen die belijdenis willen doen
1 september 2022
Aan Tafel
15 september 2022

Gedachten bij de week door ds. Willem Jan de Hek

De theologie is terug van weggeweest in Utrecht. In de afgelopen twee weken openden zowel de Theologische Universiteit KampenUtrecht als de Protestantse Theologische Universiteit het academisch jaar in onze stad. Voor de TU KampenUtrecht was het de aftrap van het onderwijs dat vanaf nu grotendeels in Utrecht zal worden gegeven. En de PThU greep met de opening van het academisch jaar in Utrecht alvast vooruit op een verhuizing over twee jaar, vanuit Amsterdam en Groningen naar de Domstad. Nu zijn theologiestudenten ook in de afgelopen jaren eigenlijk nooit ver weg geweest in de stad en in onze gemeente. Maar wellicht mogen we er de komende tijd nog meer verwelkomen.

Misschien een goed moment om als je een theologiestudent spreekt eens na te vragen waaróm zij of hij eigenlijk voor deze studie heeft gekozen? Want theologie studeren, wie doet dat nou nog vandaag de dag? Waarom zou je er zin in hebben om aan de slag te gaan in een krimpende kerk? Hoe hou je de overtuiging levend dat het christelijk geloof tóch de moeite waard is in een seculiere tijd? Tijdens de opening van de PThU in de Nicolaikerk deelde microbioloog en essayist Rosanne Hertzberger een aantal boeiende observaties over de theologie. In feite was haar bedoeling om theologen en theologiestudenten een hart onder de riem te steken. In een column in NRC Handelsblad van afgelopen zaterdag vatte ze haar woorden mooi samen.

“De vraag was of ik wilde reflecteren op de rol van godgeleerdheid in een seculariserende samenleving. Het vakgebied was weer eens aan het bezinnen geslagen, aan het evalueren van zijn eigen positie en zichzelf opnieuw aan het uitvinden. Dat is inmiddels standaard onderdeel geworden van de christelijke cultuur. Telkens weer nemen ze plaats op de sofa. Wat is er toch met ons aan de hand? Het is wellicht een logische reflex van kerkgenootschappen en theologie-instellingen die steeds verder inkrimpen. Inmiddels is het aantal mensen dat zichzelf tot een kerkelijke gezindte of levensbeschouwelijke stroming rekent in de minderheid. Maar als je rondkijkt bij de hipste coaches, bij influencers en in de wetenschap, zou je dat niet zeggen. Die zijn allerlei rituelen en vormen van spiritualiteit, al dan niet in groepen, aan het heruitvinden. Neem de populariteit van dankbaarheid. Als onderdeel van het ochtend- of avondritueel moet je drie dingen opschrijven waar je dankbaar voor bent. Dankbaarheid kun je oefenen, tot een gewoonte maken en de geweldige effecten op je welzijn en psyche zouden dubbel en dwars zijn aangetoond in een geheel nieuw wetenschappelijk vakgebied, dat van de positieve psychologie. Ik denk dat de theologen de haren uit hun hoofd trekken. Ze keken nog de ene kant op, waar de weggerende meute een paar decennia geleden definitief uit het zicht was verdwenen. Maar nu had die groep het cirkeltje bijna rondgerend en aan de andere kant verschenen ze alweer aan de horizon. Sommigen van die nieuwe dankbaren hadden zelfs bedacht dat hun levenshouding nog effectiever werd wanneer je een lijdend voorwerp aan je dankzeggingen toevoegde. Ze dankten nu het universum. Of de scheppende energie. Dan ben je er echt bijna hoor.”

De lezing van Hertzberger was een pleidooi voor wat meer (zelf‑)vertrouwen. Een pleidooi voor iedereen die betrokken is bij een theologische faculteit – maar ook breder, voor iedereen die zich betrokken voelt bij de kerk. Om te durven bouwen op de vaste grond van Gods beloften en van Gods verbond (Psalm 90). Een mooie aansporing aan het begin van een nieuw seizoen.