Paasjubel Domplein op Paaszondag 17 april 2022 om 6:15 uur
11 april 2022
Kansen zien
21 april 2022

gedachten bij de week door ds. Wim Vermeulen

Afgelopen donderdag organiseerde het Volksbuurtmuseum een boekpresentatie. Het boek Het leven in de volksbuurt, met maar liefst honderd interviews met mensen die opgroeiden in een volksbuurt rond en net na de Tweede Wereldoorlog, werd aangeboden aan burgemeester Sharon Dijksma. Er was veel belangstelling, zoveel dat het niet in het museum paste en de vraag kwam of de kerk misschien ter beschikking was. Zo kwam het dat afgelopen donderdag, tussen de Marienklage en de Mattheuspassion de smartlappen door de kerk schalden.

Een boek vol interviews is een boek vol herinneringen. Mensen vertellen hoe het was om op te groeien in de jaren veertig en vijftig. Sweet memories aan de tijd dat er nog gezag was, touwtjes uit de brievenbus hingen en iedereen je groette op straat. Niet alleen sweet memories in het boek trouwens, ook bitter memories. De jaren veertig en vijftig waren jaren waarin in wijk C nog échte armoede bestond en het geen zeldzaamheid was als een vader een groot deel van zijn karige loon verdronk in het café.

Onder filosofen is het thema ‘herinneringen’ dankbaar reflectiemateriaal. Ieder mens leeft met herinneringen, maar wat zijn die precies waard? Volgens de Engelse filosoof John Locke (1632-1704) bijzonder veel. Locke beweert dat herinnering en identiteit zo ongeveer samenvallen. Je bent wat je je herinnert. Die opvatting is in onze tijd voor veel mensen gemeengoed geworden. Als iemand over zijn dementerende moeder zegt dat ze ‘zijn moeder niet meer is’ omdat ze zich amper meer iets herinnert, gaat hij in feite mee in het denken van Locke.

Hoe invoelbaar zo’n uitspraak ook is, ze is ook onwaar. Het is in feite teveel eer voor de herinnering. Natuurlijk heeft Locke gelijk als hij beweert dat onze herinneringen voor een (groot) deel bepalen hoe we ons leven (be)leven. Zonder herinneringen kunnen we niet goed leven. Maar in de uiterste consequentie klopt het (gelukkig) niet. Want ook als we ons niet veel of zelfs helemaal niets meer herinneren, hebben we nog wel een identiteit. En gebeurtenissen, ook als we ze ons niet meer herinneren, blijven gebeurtenissen.

Dat brengt me bij het Paasfeest. Als christenen geloven we dat onze diepste identiteit niet ligt in onze herinnering of het gebrek daaraan, maar in God. Als Paulus zegt dat we mogen geloven ‘met Christus te zijn opgestaan’ (Rom. 6) dan blijft dat ook gelden wanneer we ons niet meer herinneren ooit gedoopt te zijn. Dat is de eerste troost. En de tweede is deze: ook als we Pasen vieren in een cultuur die zich nauwelijks meer herinneren kan waar het Paasfeest ook alweer om begonnen was, verandert dat Godzijdank niets aan die ene unieke gebeurtenis op de allereerste Paasmorgen: Die in de dood gebonden lag om ons en onze zonden, is opgestaan met groot gezag: Christus heeft overwonnen! (Maarten Luther, Gez. 203).