
Open kerk, open deuren
12 juni 2026
‘Called to be a parishoner’
26 juni 2026Een heidag in het veen
Gedachten bij de week door ds. Wim Vermeulen
Vorige week zaterdag was het weer eens tijd voor een bezinningsdag van de kerkenraad. Als kerkenraad proberen we ons (bijna) ieder jaar een keer een dag terug te trekken om ons te bezinnen op een thema dat ons bezig houdt. Dit jaar waren we te gast in Tienhoven (voorbij Westbroek nog een kwartiertje doorfietsen) en hielden we ons bezig met “het publieke spreken van de kerk”…
Regelmatig worden we als kerkenraad en predikanten van de Jacobikerk uitgedaagd om “ergens iets van te vinden”. Dat “ergens” kan van alles zijn, maar meestal heeft het wel iets met de actualiteit te maken. Buurtbewoners maken zich bijvoorbeeld druk om de komst van sekswerkplekken in parkeergarage Paardenveld en vragen de Jacobikerk om samen met hen daartegen ten strijde te trekken. Of gemeenteleden weten zich sterk betrokken op de situatie in Israël/Gaza en informeren naar het standpunt van de kerkenraad. Of… je kunt zelf ook vast voorbeelden bedenken.
Als kerkenraad proberen we zo goed en zo kwaad als dat gaat daarin een weg te vinden. Dat is om een aantal redenen vaak niet zo eenvoudig. Vaak gaat het om zaken waar de meningen (sterk) over verdeeld zijn. Wat wordt dan “het” standpunt van “de” Jacobikerk? Ook gaat het nogal eens over thema’s die wel binnen onze cirkel van betrokkenheid, maar ver buiten onze cirkel van invloed liggen. Niet zelden hoopt degene die de kerkenraad vraagt ergens iets van te vinden op bevestiging van het standpunt dat hij of zij toch al innam. Wordt dat bevestigd, dan heet de kerkenraad “profetisch”, zo niet, dan is er vaak teleurstelling. Kortom, het publieke spreken van de kerk is nogal een thema.
Om die reden namen we een deskundige in de arm. Prof. Niels den Hertog, hoogleraar publieke theologie aan de Theologische Universiteit Apeldoorn, schetste een aantal helpende grondlijnen. Hij knoopte aan bij de geloofsbelijdenis van Bern, een reformatorische geloofsbelijdenis uit 1528. “De heilige christelijke kerk, wier enige hoofd Christus is, is uit het Woord van God geboren, daarin blijft zij en ze hoort niet naar de stem van een vreemde.” Het kerkelijke spreken, aldus Niels, begint dus met luisteren. De kerk onderscheidt zich van de wereld door de stem naar wie zij luistert. Het spreken van de kerk bestaat dus in de eerste plaats in alles wat zij doet in reactie op het luisteren naar de stem van de goede Herder. Dat begint, zo benadrukte Niels, niet pas als de kerk “ergens iets van vindt” maar op zondag. Als christenen samen zijn rondom het Woord, in lied, gebed en schuldbelijdenis, rond het doopvont en aan de avondmaalstafel. Dáár spreekt de kerk haar belangrijkste publieke woord. Liturgie is in zich zelf al politiek en de zondag is, aldus Niels, een heel belangrijk “publiek protest”.
Soms moet er meer gebeuren en kan de kerk over een bepaalde zaak niet zwijgen. Daarvoor had Niels ook een aantal handreikingen, waarvan ik er graag een paar doorgeef: (1) Laat het gebed altijd de plek zijn waar het publieke spreken van de kerk wordt geboren. (2) Werk zoveel mogelijk samen met andere kerken. (3) Verdubbel niet slechts (een deel van) de publieke opinie. (4) Denk goed na over welke vorm het publieke spreken moet hebben. In de Bijbel is het vaker een goede vraag die iets in beweging dan een lang betoog. (5) Denk na over wat wel en niet binnen je invloedssfeer ligt. (6) Wees er zeker van dat in je publieke spreken de Stem van de Goede Herder te horen is. (7) Besef in welk krachtenveld je je begeeft. (8) Spreek liever over kerkelijk getuigenis dan over kerkelijk spreken. Een getuigenis kan ook uit iets heel anders bestaan dan spreken – en dat is soms veel krachtiger. Zo kregen we als kerkenraad heel wat mee waarmee we ons voordeel kunnen doen. Niet alleen als kerkenraad trouwens, wij allemaal. Daarom geef ik er ook graag iets van door. Want “de” kerk, dat zijn we samen.
