Het begon met gebed
1 mei 2026
ONINI singers
Verbonden met de wereldkerk
15 mei 2026
Het begon met gebed
1 mei 2026
ONINI singers
Verbonden met de wereldkerk
15 mei 2026
Laat alles zien

81 jaar Vrijheid vieren

Gedachten bij de week door ds. Wim Vermeulen

“Waar de Geest van de HEER is, daar is vrijheid” (2 Korinthe 3,17)

“Valt er vandaag eigenlijk wel iets te vieren?” Met die woorden opende schrijver Splinter Chabot de 5 mei-lezing die hij mocht houden in de Utrechtse Domkerk. Ik mocht tijdens die bijeenkomst de Utrechtse kerken vertegenwoordigen. Het was een boeiende ochtend, met gesproken woord, performance en muziek voor een bonte afspiegeling van onze samenleving. Tussen de regels door was er de nodige theologie te beluisteren…

Dat begon met de bijdrage van dr. Nikki Sterkenburg, het jongste lid van het Nationaal Comité 4 & 5 mei. In haar bijdrage ging het over wat zij noemde de “alledaagse medeplichtigheid” die vaak over het hoofd wordt gezien als er nagedacht wordt en onderzoek wordt gedaan naar de Tweede Wereldoorlog.

Naast enkele bedenkers van de “machinerie van genocide” waren er velen die de uitvoering hiervan (indirect) mogelijk maakten. Geen intens slechte mensen die opstonden met wraakzuchtige en morbide gevoelens richting Joden en anderen op wier leven geaasd werd, maar toch een radertje in het systeem waren. Vaak, aldus Sterrenburg, gaat het op 4 en 5 mei over de vraag wat jij gedaan zou hebben. Of je, bijvoorbeeld, in het verzet zou zijn gegaan of niet. Of je onderduikers in huis genomen zou hebben of niet. Sterrenburg maakte pijnlijk voelbaar dat dat een te eenvoudige voorstelling van zaken is, omdat de dilemma’s veel complexer waren omdat er vaak geen oog is voor de kleine, verraderlijke stappen waardoor een systeem van “alledaagse medeplichtigheid” kan ontstaan. Het woord viel natuurlijk niet, maar ik hoorde hier een onvervalste verdediging van de christelijke leer van de erfzonde in. Deze leer is immers ook een poging om het complexe en wijdverbreide van het kwaad dat als zwarte inkt in alle vezels van het leven getrokken is, serieus te nemen en woorden te geven. Veel en vaak verguisd als veel te somber en zwartgallig, maar hier unverfrohren in seculiere termen opgedist op het nationale feest van de vrijheid.

“Valt er vandaag wel iets te vieren?”, zo begon een stukje later in het programma de officiële 5 mei-lezing. Hoewel het antwoord uiteindelijk “ja” bleek te zijn, was de lector niet zonder zorg, getuige een opsomming van personen die zich in Nederland anno 2026 helemaal niet zo vrij voelen. Niet vrij om helemaal zichzelf te zijn. En toen werd de theoloog in mij wakker. Want natuurlijk is vrijheid van dwang of druk van buitenaf een onderdeel van het vrijheidsbegrip. Maar als dat het enige is – en als ik me niet vergis tendeerde het daar wel wat naar – is dat uiteindelijk een hol en leeg vrijheidsbegrip. Want als ik mij vrij moet voelen om mij te uiten op de manier die ik wil, dan mag een ander dat ook. Maar wat als mijn vrijheid botst met die van een ander? De christelijke traditie heeft altijd met meer woorden over vrijheid gesproken. Niet alleen vrij van maar bijvoorbeeld ook vrij tot. Tot dienen en liefhebben bijvoorbeeld. Ook dat is vrijheid. Christelijk gesproken blijft vrijheid altijd een paradoxaal woord. Luther drukte het op een nog altijd onovertroffen manier uit: “Een christen is in vrijheid heer van alle dingen en niemands onderdaan. Een christen is in dienstbaarheid knecht van alle dingen en ieders onderdaan.” En dat tegelijk. Iets meer gelaagdheid in ons begrip van vrijheid zou ons als land erg helpen in dit 82ste jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog.

 

 

Geverifieerd door ExactMetrics