
Pasen
3 april 2026
Paus en Trump in het licht van Goede Vrijdag en Pasen
17 april 2026Het laatste woord
Gedachten bij de week door ds. Trinette Verhoeven (classispredikant)
“Dit zegt de HEER: Vervloekt wie op een mens vertrouwt, wie zijn kracht ontleent aan stervelingen, wie zich afkeert van de HEER.” (Jeremia 17,5)
Jeremia durft! Harde woorden klinken. Ik durf hem niet na te spreken. En toch vraag ik me af, of ik niet te voorzichtig ben geworden. Of ik niet vaker duidelijk moet zijn over de machtigen van deze aarde. Of wij niet duidelijker moeten zijn in de kerk. O nee, niet dat ik het gericht zou willen regisseren. Dat is niet aan de kerk. Maar ik zie om me heen hoeveel macht we aan mensen geven, blind voor de machtswellust van die mensen. Moet de kerk niet als Jeremia duidelijkheid verschaffen?
Ik merk ook bij anderen de behoefte aan duidelijkheid. Laat iemand toch iets zeggen over al het onrecht in de wereld. Het loopt ons soms over de schoenen. Het was niet anders in de tijd van Jeremia. Of is onze tijd niet met die van Jeremia te vergelijken? Waar staan wij? Staan wij voor een ballingschap? Is er nog iets te keren? Of leven wij allang in de ballingschap? Welk woord zullen we dan spreken en tot wie? Onder profeten was ook verschil. Jesaja was een heel andere profeet dan Jeremia. In plaats van harde woorden sprak hij vaker de mensen ter bemoediging toe.
Wat me vooral bezighoudt is de opmerking van Jeremia dat het leed veroorzaakt wordt door het vertrouwen op een mens. In dit hoofdstuk wordt een tegenstelling geschetst: gezegend wie op de HEER vertrouwt (vers 7). Wij moeten dus niet op de mens vertrouwen maar op de HEER. Dat doet mij wat. Daar spreekt Jeremia tot mij, tot ons. Ik vrees dat mijn vertrouwen niet groot genoeg is. Behalve dat wij onze hoop niet op de machtigen moeten stellen is er nog iets anders aan de hand. Ik vraag u: het spreken van de kerk, is dat eerst niet tot God gericht? Bidden, klagen wij nog hartstochtelijk in onze diensten? Zijn de voorbeden het centrum van onze diensten? Durven we met elkaar het leed van de wereld te benoemen voor God?
Het heeft allemaal te maken met een analyse van deze tijd. Het gaat niet alleen over het spreken van de kerk tegenover de machthebbers. Het gaat ook om onze houding. We kunnen grote woorden spreken maar als die woorden niet leiden tot een ommekeer van onszelf, dan zijn die woorden niets waard. Misschien leven we wel in ballingschap. De kerk is klein geworden, christenen weinig in getal. De kerk heeft weinig in te brengen. Tegelijkertijd hebben we een niet te overschatten macht als burgers van een levende democratie. We hebben de stemmingen maar net achter ons.
We moeten onze positie bepalen: in de kerk en in de maatschappij. Van Jezus Christus werd gezegd dat Hij de weg, de waarheid en het leven is. Voor mij betekent dat, dat de weg een deel van Zijn wezen is, een mogelijkheid door Hem gewezen, een toekomst door Hem beloofd. Zo mag ik gaan met de HEER: tijden van droogte deren mij niet. Want ja, we leven in een steenwoestijn, een ballingschap maar nee, dat is niet het allerlaatste woord. Het laatste woord komt van Hem. Iedere zondag mag ik dat weer beamen.
