
Epifaniëntijd
10 oktober 2025
Vertrouwen op God
16 oktober 2025Nicea, Hubert Duijfhuis en de Jacobikerk vandaag
Gedachten bij de week door ds. Wim Vermeulen
Een paar weken geleden vond in de Augustinuskerk een symposium plaats over 1700 jaar Nicea. Namens de Jacobikerk was ik daar aanwezig om onder meer te vertellen wat de geloofsbelijdenis van Nicea anno nu betekent in de Protestantse traditie in het algemeen en in de Jacobikerk in het bijzonder. Hieronder de tekst van mijn bijdrage.
Wie in Zuilen door de predikantenbuurt fietst, loopt grote kans vroeg of laat de Hubert Duijfhuisstraat een keer te kruisen. Hubert Duijfhuis – ik noem zijn naam met ere. Hij was pastoor van de Jacobikerk vanaf 1576 en ging vanaf 1578 mee met de reformatie en verder door het leven als “dominee Duifhuis”. Hubert Duijfhuis – naar wie in de Jacobikerk nog altijd een zaaltje vernoemd is – was een opvallende figuur. Hij verlangde naar een reformatie van de kerk van binnenuit, zoals velen in de zestiende eeuw, maar verlangde absoluut niet naar een breuk met de catholica (hoewel het daar uiteindelijk wel toe kwam) en bewoog zich daarmee in de lijn van Erasmus.
Anders dan Utrechtse collega’s als Helmichius, Sopingius en Cornelius, bleef Duifhuis vasthouden aan zijn eigen, irenische lijn. Zijn theologische programma is nog altijd in de Jacobikerk te zien, op het tekstbord naast de ingang aan de Noordzijde van de kerk: “Streef ernaar in vrede te leven met allen en leid een heilig leven; wie dat niet doet zal de Heer niet zien” (Hebreeën 12). De oecumenische inslag die Duifhuis nastreefde, werd hem niet door iedereen in dank afgenomen. In Utrecht kwamen “Duifhuisianen” en “Consistorialen” tegenover elkaar te staan. Ondertussen bleef de mare van Duifhuis niet tot Utrecht beperkt. Willem van Oranje en Maurits kwamen bij Duifhuis naar de kerk en van Willem van Oranje is bekend dat hij zeer onder de indruk van Duifhuis was.
Waarom een uitweiding over Duifhuis op een symposium over 1700 jaar Nicea? Omdat ik geloof dat de geest van Duifhuis en zijn opvolgers in de Jacobikerk is blijven rondwaren en nog altijd rondwaart. Na de dood van Duifhuis kreeg zijn opvolger Harmen Eelkes de opdracht “te leeren op den voet als Mr. Huibert sal. begonnen heeft.” voor Duifhuis en Elconius geen slappe thee, maar de kern van het evangelie. Zij en vele andere protestanten na hen gaan daarmee in het spoor van Nicea, dat immers een van de oecumenische belijdenisgeschriften is, die in ieder geval door alle kerken hier vanmiddag als gedeeld geestelijk erfgoed worden beschouwd. De oecumenische belijdenisgeschriften hebben een samenbindende kracht die verschillen overstijgt en ons terugbrengt bij dat waar het in het christelijk geloof altijd en overal om te doen is geweest. Het blijft altijd een merkwaardig feit dat de dingen die de kerken verdelen, zaken zijn die geen plek hebben in de oecumenische belijdenisgeschriften. Ik denk aan visies op de eucharistie, op het ambt en op Maria, om nog te zwijgen over de zaken die sinds de reformatie aan een al maar voortgaande versplintering van het protestantse landschap hebben bijgedragen.
Welke rol speelt Nicea in de traditie van de protestantse reformatie in bredere zin en in de Jacobikerkgemeente in het bijzonder? Ik zei al: Nicea behoort tot de officiële belijdenisgeschriften van de Protestantse Kerk in Nederland en van alle protestantse denominaties wereldwijd. In de liturgie komt dat overigens veel minder tot uitdrukking. Als het christelijk geloof met een oecumenisch credo wordt beleden, dan is dat in de Protestantse traditie veelal het apostolicum – waarvan zoals ongetwijfeld bekend Nicea een uitgebreidere afleiding is. Wie een middagdienst in de Jacobikerk bezoekt, wordt uitgenodigd tot het gezamenlijk uitspreken van het apostolische credo. De voorganger heeft overigens ook de vrijheid om daarbij voor Nicea te kiezen en dat gebeurt ook wel, maar sporadisch. Vaak op en rond feestdagen bijvoorbeeld, vooral Kerst en Pinksteren, vanwege de extra uitweidingen in Nicea over Jezus Christus en de Heilige Geest. Waar het apostolicum vaak hardop wordt meegesproken, wordt in de praktijk het Nicenum in stilte aangehoord.
In de Jacobi wordt verder de traditie van leerdiensten nog altijd in ere gehouden. Traditioneel speelt daarin de Heidelbergse Catechismus een belangrijke rol: een uitleg van het Onze Vader, de tien geboden en de apostolische geloofsbelijdenis, in vraag- en antwoordvorm, verdeeld in 52 hoofdstukjes – voor elke zondag een. Zo kan het dus voorkomen dat je in de Jacobikerk een preek hoort over de vraag waarom we God Vader noemen. Of over de vraag wat we bedoelen met “geboren uit de maagd Maria”. Opnieuw is daar dus de primaire aansluiting bij het apostolicum, maar de uitweidingen van Nicea over bepaalde thema’s worden daarbij zeker niet overgeslagen. Het is opvallend hoeveel jonge mensen ook juist de leerdiensten in de Jacobikerk bezoeken en waarderen, omdat hen dat helpt woorden te geven aan hun geloof.
Tot slot: ik begon met Duifhuis en met de geest van Duifhuis, die sindsdien in de Jacobikerk is achtergebleven. Dat laatste is natuurlijk een stelling om enige onderbouwing vraagt. Die geef ik, door een stukje te citeren uit een stuk dat een collega van mij schreef, bij het afscheid van mijn voorganger Andries Zoutendijk in 2018. “Hier (in de Jacobikerk) verstond men de kunst de paradoxen van het christelijk geloof te laten staan. (…) Men koos niet voor de comfortabele middenweg of een sleets enerzijds-anderzijdsschema. Men beoefdende daarentegen de evenwichtskunst van een acrobaat die uiterst geconcentreerd het koord boven in het circus bewandelt. (…) Men ging uit van de wetmatigheid van het leven, maar die werd nooit een gesloten systeem. (…) De grote woorden uit de belijdenis liet men er staan uit eerbied voor deze door het voorgeslacht zorgvuldig ontworpen complexe sleutels. Maar die werden nooit gedachteloos opnieuw in een slot gestoken, of in de vitrine gelegd. Men onderzocht grondig of ze bijgevijld moesten worden voor de complexiteit van een veranderende context. (…) In de Jacobikerk leefde het diepe besef dat de waarheid die we nu ontdekken een herontdekking is van wat anderen al hadden bedacht.” Ik zeg vandaag: dat is de geest van Duifhuis, dat is de geest van Nicea. Laten we die eren en hooghouden.
