Advent: er is iets nieuws begonnen
24 november 2022
Groot en klein
8 december 2022

gedachten bij de week door ds. Wim Vermeulen

Vorige week vrijdag vond in de Jacobikerk een studiedag plaats over het boek Verbonden voor het leven, geschreven door prof. Ad de Bruijne van de Theologische Universiteit Utrecht/Kampen. Een vuistdik boek waarin opnieuw het thema homoseksualiteit wordt doordacht.

Misschien denk je: wat kan zo’n boek nog toevoegen? Is over dit thema niet zo ongeveer alles al gezegd en geschreven? En is heel veel van wat nu nog verschijnt niet gewoon een herhaling van standpunten? En wat levert het lezen van zulke boeken op? Ga je er echt anders van denken? De meeste mensen lezen toch alleen die boeken die bevestigen wat ze eigenlijk al lang dachten?

Dat kan allemaal, en ik begrijp die verzuchtingen. Toch had deze dag voor mij iets bijzonders, iets wat ik nog niet eerder zo had meegemaakt. De dag als geheel was wat mij betreft namelijk een prachtig voorbeeld van hoe ieder gesprek over elk kwetsbaar en/of controversieel thema zou moeten plaatsvinden. Er werd respectvol geluisterd, er werd niet alleen over maar ook met en door personen die dit thema rechtstreeks raakt gesproken, er was een brede waaier aan bijdragen uit allerlei hoeken en disciplines en het meest opvallende was dat de auteur daarbij zijn eigen tegenspraak had gemobiliseerd.

Heel kort samengevat zou je kunnen zeggen dat De Bruijne in het gesprek over LHBT een middenpositie inneemt. Veel denken over dit thema vertrekt óf vanuit de schepping óf vanuit de herschepping. In het eerste geval wordt homoseksualiteit op grond van ‘de scheppingsorde’ vooral afwijzend benaderd, in het laatste geval is er vaak (bv. op grond van Galaten 3:25, de tekst dat ‘in Christus noch man noch vrouw is’) niet veel meer waarover je nog met elkaar zou moeten spreken wat dit thema betreft. Beide benaderingen vindt De Bruijne eenzijdig. In een zorgvuldige en afgewogen bezinning wil hij zowel aan scheppings- als herscheppingselementen recht doen. Belangrijkste argument daarvoor is (verrassend genoeg!) de opstanding van Jezus. Jezus staat immers lichamelijk op (schepping!) maar zijn lichaam is niet meer gebonden aan tijd en plaats (herschepping!). Voor het hele betoog moet je het boek lezen, maar in de kern komt het hierop neer: denkend vanuit de schepping heeft de homoseksuele relatie een tekort, maar denkend vanuit de herschepping juist een tegoed. De Bruijne ziet ruimte voor de homoseksuele relatie, maar wil die benaderen vanuit haar eigen aard en ziet dus een verschil met het huwelijk tussen man en vrouw.

Als je zo’n standpunt inneemt, kun je verwachten dat je wordt tegengesproken. Dat vindt De Bruijne ook helemaal niet erg. Hij staat er zelf zoekend en tastend in, en wie het beter weet, mag het wat hem betreft zeggen. De meeste kritiek komt zoals te verwachten van de ‘flanken’, die De Bruijne niet radicaal genoeg vinden. Dat geldt voor iemand als dr. Ad Prosman, maar ook voor iemand als prof. Mariecke van den Berg, die állebei afgelopen vrijdag het woord voerden. Zoals ik al zei: ik vind het groots als je in staat bent je eigen tegenspraak te mobiliseren.

Volgend jaar zullen we in de Jacobikerk het gesprek over homoseksualiteit en aanverwante thema’s voortzetten. Ik hoop dat we het kunnen doen in de geest van afgelopen vrijdag. Prof. Gerard den Hertog, ook spreker, proefde in het boek van De Bruijne de geest van de Bergrede. Ik proefde die ook tijdens het gesprek gedurende de dag. Dat is mooi. Want wie dicht bij de Bergrede is, is hoe dan ook dicht bij Jezus.