Troosten en verstoren
23 juni 2022
Gemeenteweekend 16-17 september Woudenberg
2 juli 2022

gedachten bij de week door ds. Wim Vermeulen

Ik heb even geaarzeld over de titel boven dit stukje. Dominee zijn komt er toch altijd op aan? Daar valt zeker iets voor te zeggen. Maar soms komt het er even heel erg op aan. Bijvoorbeeld als zich ineens een ramp voltrekt in gemeente, dorp of stad. In Areopagusmagazine, een online nieuwsbrief van de IZB voor predikanten, reflecteert ds. Michel van Heijningen (Alblasserdam) op een rampweek die zich in mei in Alblasserdam voltrok. Twee meisjes kwamen tijdens een scooterongeluk om het leven en een man vermoordde op klaarlichte dag twee mensen op een zorgboerderij, het dorp was in shock. Hoe beleef en overleef je als dominee zo’n tijd?

‘Op adrenaline of op de kracht van de Geest. Of allebei. In de nacht vóór die aanslag waren er twee meiden van 18 en 19 (één van hen was lid van onze gemeente) in het dorp omgekomen; een scooterongeluk na een avondje stappen. We hadden als gezin een vakantie doorgebracht in Londen en tijdens de terugreis, op de boot, belde een ouderling. Meteen na thuiskomst reed ik door naar het Erasmus ziekenhuis. Na dat bezoek kreeg ik een telefoontje van een oude buurvrouw uit Groningen. Via haar begreep ik dat er een schietpartij in Alblasserdam had plaatsgevonden… Hectiek. Cameraploegen. Er werd samen met enkele collega’s uit het dorp een gebedsdienst belegd.

In gesprek met de ouders kwamen we tot een opzet van de rouwdienst. Ik kende het meisje niet persoonlijk; onze gemeente is best groot. Het moest gaan over Prediker: Geniet van het leven…. Ik had spontaan ingestemd met het verzoek, maar het bleek nog een hele worsteling om er een preek over te schrijven, in de geladen sfeer waarin iedereen verkeerde. Prediker benoemt het genieten van het leven in relatie met God. Ik heb de nadruk gelegd op God, die in de kinderdoop Zijn hand op haar heeft gelegd. Op de liturgie stonden liederen die het meisje graag zong.

Die zondag zou er in onze gemeente een belijdenisdienst zijn, die hebben we uitgesteld, wat met zich meebracht dat er ook een nieuwe preek moest worden gemaakt. Ik koos na wikken en wegen voor het verhaal over de opwekking van de jongeling van Naïn, waar ik in mijn vorige gemeente weleens over had gepreekt. Zaterdagochtend meldden de ouders van het meisje dat ze zondag ook naar de kerkdienst zouden komen. Een uur later belde de NOS, dat ze met een cameraploeg de dienst zouden bijwonen. Zaterdagavond tijdens het eten dacht ik: ik moet een ándere preek maken, want dit kan toch eigenlijk niet… er wordt een jongen opgewerkt en iedereen denkt aan het meisje dat niét opstaat. Een nacht doorwerken – speelt even door mijn hoofd. Onbegonnen werk. Want dan sta ik daar, met een slaaphoofd en koppijn en dan sla ik net bij een zin een verkeerde toon aan…. Toen dacht ik: de Geest moet het doen. Ik heb me proberen te ontspannen. Morgen zien we verder.

Het Journaal had uiteindelijk een paar beelden, een flard van een gebed. Heb ik het goed gedaan? Ik weet het niet, ik hoop het. Later kwam de uitvaart verschillende keren terug in pastorale gesprekken met ouders. “Als het mijn kind was geweest, dan had ik geen geloofsgetuigenis kunnen geven…” In een doopdienst, het weekend daarop, heb ik gepreekt over de ouders van Mozes, die zagen dat hun kind ‘tov’ was. Niet om wat zij in hun genen hadden, maar het was ‘tov’ omdat God dat erin had gelegd. Vijf dagen achtereen kreeg ik een camera voor mijn neus. Veel daarvan is niet uitgezonden, maar je moet wel op scherp staan. De mediacontacten werden overigens goed begeleid door het gemeentehuis. De burgemeester was langs geweest om te overleggen. “Als jij het trekt, sta dan die tv-ploegen te woord. Jij houdt ze namelijk bij de families weg.” Ik ging er op in, ook al omdat ik niet wilde dat Alblasserdam in één adem werd genoemd met Staphorst, Krimpen aan den IJssel en Urk; waar de kerk wordt geassocieerd met ‘iets achterlijks’. Alle drukte eiste wel zijn tol. Nadien heb ik anderhalve week nauwelijks iets gedaan…’