Een tijd met twee gezichten
26 mei 2022
Vrucht van de Geest
10 juni 2022

Aangenomen worden

gedachten bij de week door Erik Oevermans

Woensdagavond. Ik fiets richting de Jacobikerk. Voor een oud gebruik. De lucht waait wat open. De zon breekt door. Wakken geslagen in de hemel. Maar nog genoeg wolken met donkere koppen. Zo lucht vertelt eigenlijk een heel geloofsleven mijmer ik.

De belijdeniscatechisanten kwamen nog één keer samen voor Pinkstermorgen. Ik mocht erbij zijn met nog een heel aantal kerkenraadsleden. We gingen in kleine groepjes uiteen. Het werd een bijzondere avond. Een open plek in de Jacobikerk waar onze harten voor elkaar opengingen. Intimiteit van het hart. We werden getuigen voor en van elkaar. Hoe God op ondoorgrondelijke wijze aan het werk is. Hoe je het geloof intuimelt als het ware. Hoe je elkaar nodigt hebt in geloven. Hoe je deelgenoot wordt van iets veel groters. Hoe je rust vindt. Geloven, ook al is het geen sinecure.

Aannemingsavond. Zo wordt dat gebruik in de kerk weleens genoemd. Dat woordje ‘aanneming’ bleef bij mij hangen. Vooral ook vanwege het boekje Godschaamte van Stephan Sanders dat ik deze week las. Een echt Pinksterboekje ergens. Sanders beschrijft zijn expeditie tot God. Een reisverslag van een sprong. Geloven als iets wat voor hem noodzakelijk geworden is. Hoe het hem is overvallen. Hoe overstelpend het was. Maar ook de schaamte, de zoektocht naar zijn zelfverstaan, het stuntelen en stoeien met taal om woorden te kunnen geven aan wat je steeds sterker verneemt. Want geloven; het is raadselachtig. Wonderlijk.

Het is voor hem noodzakelijk geworden. Onontkoombaar. Zo’n woordje wat ook boven kwam drijven woensdagavond. Dat je daarvoor in de kerk moet gaan staan. Zo werkt de Geest kennelijk. Soms zo dat je meer wilt zeggen dan dat je kunt zeggen. De Geest die je tong losser maakt.

Sanders is een adoptiekind. En hij verwondert zich over de ‘aanname van een persoon als kind.’ Hij schrijft: ‘Ik zocht niet, maar ik werd gevonden – dat is toch wel de eenvoudigste manier om de hele procedure te beschrijven. (…) Niet alleen dat: aangenomen zelfs. Dat betekent dat de buitenstaander wordt binnengehaald als familielid, erfgenaam, deel van de clan. Dezelfde verwondering treft me als ik over het geloof denk, dat steeds meer het mijne wordt.’ Bij Sanders ging het niet op een manier van woestijnjaren die ‘tandenknarsend en handenwringend zijn doorgebracht’. Hij werd gevonden, bezocht als door een engel, zonder dat hij actief op zoek was. ‘Dat ik als baby werd gevonden en aangenomen heeft me ontvankelijk gemaakt voor het gevonden en aangenomen worden in het algemeen.’ Voor die ervaring is iets groters nodig dan jezelf. ‘Dat er voor mij andere mensen waren, vreemden die dezelfde riten uitvoerden als die waarmee ik nu vertrouwd raak; dat er zoiets een gemeenschap is.’

‘En welja, dat God voorligt ter adoptie, en wordt aangenomen.

Nog beter, dat God mij aanneemt, ik aangenomen word door Hem.

Of toch, dat ik mij aanbied?’

Pinksteren. Feest van de gemeenschap en riten. Aanbieden en aangenomen worden; het spel van de Geest. Binnengehaald worden. Genade. ‘Gods welwillende toewending tot de mens.’ Bij Sanders, zo schrijft hij, komt het nog steeds onwelwillend uit zijn ‘laptopvingers’. Maar je ontkomt er niet aan als de Geest aandringt.

Ik fiets terug. De lucht is schoongewaaid.