Een goede oefening
14 oktober 2021
Gezocht: wijsheid
28 oktober 2021
Laat alles zien

Seizoenen

gedachten bij de week door ds. Willem Jan de Hek

 De herfst is nu echt begonnen. Ik merk het als ik in de ochtend onze dochters naar school en naar de kinderopvang breng. Dan is het nog vrijwel donker – en het is steeds vaker koud op straat, regenachtig of mistig. De bladeren vallen van de bomen. Het heeft iets mistroostigs. En tegelijkertijd is de herfst ook oogsttijd. En nodigen de donkere avonden uit om het binnen weer gezellig te maken. Zo heeft elk jaargetijde zijn eigen charmes. “Wat is jouw liefste seizoen, papa?” vroeg onze dochter Franca laatst. Zelf had ze de balans al opgemaakt.

Ik moest denken aan het boek Overvloed en overgave van dr. A. J. Plaisier. In dat boek laat de auteur zich onder meer inspireren door de jaargetijden. De vier seizoenen staan in het boek symbool voor vier geloofsgestalten. De lentetijd van het geloof is de tijd van de liefde. “Sluimerend en groeiend onder de huid van de winter breekt de lente soms in één dag naar buiten.” De zomer is de tot volle ontplooiing gekomen lente. Het is de tijd van inwijding, van thuis raken in de dingen van God. De zomer is ook de tijd van de vaste spijze. “Het is beschamend wanneer mensen al jaren christen zijn, maar nog niet veel verder op de weg van de kennis zijn gekomen dan toen ze kind waren.” De herfst is de tijd van de oogst, ook in het geloofsleven. “Er is rijping van wat wellicht al een leven lang is meegegaan. De scherpe kanten zijn eraf, er is een mildheid over de ziel gekomen. De oudere mens, cultureel al afgeschreven, mag uitdelen uit de voorraadschuur van zijn ervaring.” Er zit ook een andere kant aan de herfst. Als kerk in Nederland hebben we “niet zoveel vet meer op de botten. Het kerkelijk leven is afgekalfd, het instituut heeft een slechte naam…” Toch is het geloof met het verdwijnen van de christelijke cultuur niet verdwenen. “Jezus Christus is immers gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid.” Dat geldt zelfs als de winter aanbreekt. De tijd waarin “de velden leeg zijn, de bomen zich als kale skeletten tegen de lucht aftekenen, de regens vallen op de harde grond, zonder een belofte van vrucht en vruchtbaarheid.” Maar bevroren zielen kunnen ontdooien. “De liefde van de Heer kan wonderen verrichten. Als híer de zon begint te schijnen en de bloemen zich vertonen, gebeurt dat niet zelden met een bonte pracht.”

“Wat is jouw liefste seizoen?” Goede vraag, eigenlijk. Misschien herken je jezelf wel in één van die geloofsgestalten die dr. Plaisier beschrijft. In welk seizoen leef je? En welk seizoen beleven we als (Jacobi)kerk? Is het lente, zomer, herfst of winter? Een goede vraag, bijvoorbeeld als we de komende tijd met elkaar willen nadenken over een nieuw beleidsplan. Wat mij in elk geval raakt is het cyclische karakter van de seizoenen. De vier jaargetijden, ze volgen elkaar steeds weer op. Ook in de winter gaat de zon van Gods genade op. Straks is het alweer advent. Tijd van verwachting. Vieren we samen het kersfeest. Gaan we onderweg naar Pasen. En eens komt de grote zomer. (Gz 288)