Over Psalm 84, mondkapjes en heidens offervlees

Moestuin
20 mei 2021
Wederopbouw (05-06)
4 juni 2021
Laat alles zien

Over Psalm 84, mondkapjes en heidens offervlees

‘Hoe lieflijk, hoe goed is mij Heer, het huis waar Gij Uw Naam en eer, hebt laten wonen bij de mensen… hoe brand ik van verlangen om te komen in Uw heiligdom’. Ik kan me zomaar voorstellen dat dit lied je uit het hart gegrepen is, zeker nu beperkende maatregelen stap voor stap worden opgeheven. Toch zal het voorlopig nog niet zo gaan als we gewend waren Van tevoren aanmelden, het advies een mondkapje te dragen, zitplaatsen op ruime afstand van elkaar, niet mee mogen zingen… het wil maar niet wennen en voor sommigen blijft het een bijna onoverkomelijke hobbel. Anderen passen zich op dat punt makkelijker aan onder het motto ‘better safe than sorry’ en vinden soms dat het nog wel wat strikter kan. In beide gevallen speelt – denk ik – hetzelfde gevoel een heel belangrijke rol. Binnengaan in het huis van God is voor ons nu eenmaal niet hetzelfde als binnenstappen in de supermarkt of het openbaar vervoer. De kerk is ons thuis, en wil het komen tot een thuisgevoel, dan luistert het nauw.

Hoe willen we daar de komende tijd mee omgaan? Als kerkenraad houden we de omgang met de coronamaatregelen geregeld tegen het licht van voortschrijdend inzicht en actuele ontwikkelingen. Uitgangspunt daarbij zijn de adviezen die ook op andere plekken in de samenleving gelden en de zogenaamde routekaart voor kerken. Eén van de adviezen betreft het gebruik van een mondkapje bij het verplaatsen door de kerk. We adviseren dat te doen en blijven dat voorlopig doen. Tegelijkertijd leert de ervaring ook dat het bijvoorbeeld voor medewerkers aan de dienst nogal onpraktisch kan zijn (want hinderlijk bij communicatie). Ook kunnen er goede persoonlijke redenen zijn waarom iemand geen mondkapje draagt. Die vrijheid is er. We heersen over niemands geweten, maar gaan ervan uit dat iedereen een weloverwogen weg zoekt tussen vrijheid en verantwoordelijkheid.

Lees in dit verband 1 Korinthe 8 eens door voor jezelf. Dat lijkt een beetje een obscuur hoofdstuk, omdat het over ‘heidens offervlees’ gaat. Maar als je ‘heidens offervlees’ vervangt door ‘het dragen van een mondkapje’ of ‘het omgaan met de coronamaatregelen’ is het meteen uiterst actueel en geeft het voor kerk-zijn in de (post)coronatijd belangrijke richtlijnen. Het is bijvoorbeeld helemaal in lijn met dit hoofdstuk, dat we van de omgang met de coronamaatregelen geen persoonlijk (politiek) statement maken. Ook is het helemaal in lijn met dit hoofdstuk dat je je omwille van je naaste een stap extra zet, zelfs als je persoonlijk andere keuzes zou maken.

Aan Augustinus wordt het volgende adagium toegeschreven: ‘In hoofdzaken eenheid, in bijzaken vrijheid en in alles liefde’. Laten we afspreken dát ter harte te nemen. Het gaat in de kerk niet om deugen of niet deugen, en al helemaal niet om elkaar de maat nemen. We willen maar één ding: dat ons verlangen blijft branden en ons hart niets liever zal wensen ‘…dan dat het juichend U ontmoet, die leven zijt en leven doet’.

ds. Wim Vermeulen